Wet of geen wet?
In oktober 2010 werd in Nederland het kraakverbod ingevoerd, of om precies te zijn: de wet kraken en leegstand (WKL). Kraken werd illegaal, krakers werden criminelen. Nu, bijna 10 jaar later, zijn ze nog lang niet klaar met het fenomeen kraken en proberen twee politici (Koerhuis en van Toorenburg, van het VVD en CDA) opnieuw de wet te wijzigen in een poging om voor eens en altijd van dit maatschappelijke probleem af te zijn, vastgoedeigenaren te beschermen tegen de gevaren van woonstrijdactivisme en krakers voorgoed duidelijk te maken dat er geen plek is voor idealen in onze kapitalistische samenleving.
Voorstel wetswijziging (Wet Handhaving Kraakverbod)
Zoals gezegd, kraken is al illegaal dus je kunt je afvragen hoeveel moeilijker ze het nog zouden kunnen maken. Ondanks dat kraken wettelijk verboden is blijft er toch sprake van huisvrede voor zij die in een kraakpand verblijven. Vandaar dat er niet zomaar door de politie binnengevallen en/of ontruimd mag worden zodra de eigenaar aangifte doet.
Na invoering van het kraakverbod is er door hiertegen juridisch door te procederen tot aan het Europese Hof, uiteindelijk de beslissing afgedwongen bij de Hoge Raad dat ontruiming niet kan plaatsvinden zonder bewoners de kans te geven om hun huisvrede juridisch te beschermen. “Door de feitelijke vestiging van een woning, volgt ook alle bijbehorende rechtsbescherming op grond van artikel 8 EVRM. Dit maakt dat de proportionaliteit van de inbreuk hierop getoetst dient te worden door een onafhankelijke rechter.”
Precies dat is wat de heren Koerhuis en van Toorenburg willen veranderen. Zij willen dat het mogelijk wordt om zo snel mogelijk tot ontruiming over te gaan wanneer een pand wordt gekraakt en irritante hindernissen als “huisvrede” en “mensenrechten” moeten daarbij zo weinig mogelijk in de weg zitten.
Wat houdt dit wetsvoorstel precies in?
De WKL bestaat uit een aantal wetswijzigingen die in 2010 zijn doorgevoerd, deels om kraken aan te pakken, maar ook om structurele leegstand van gebouwen te doen terugdringen. Aan dit laatste wordt volledig voorbij gegaan in dit wetsvoorstel, waarin de wijziging zich volledig richt op het versnellen van de ontruimingsprocedure. Het wetsartikel in kwestie luid tot op heden als volgt:
Artikel 551a: In geval van verdenking van een misdrijf als omschreven in de artikelen 138, 138a en 139 van het Wetboek van Strafrecht kan iedere opsporingsambtenaar de desbetreffende plaats betreden. De opsporingsambtenaar is bevoegd alle personen die daar wederrechtelijk vertoeven, alsmede alle voorwerpen die daar ter plaatse worden aangetroffen, te verwijderen of te doen verwijderen. Zoals omschreven gaat dit in praktijk niet op door behaalde jurisprudentie en moet er eerst door een voorzieningenrechter worden beoordeeld of strafrechtelijke ontruiming dan wel niet rechtsgeldig is. Volgens de procedure dienen de krakers schriftelijk op de hoogte te worden gesteld van het voornemen te ontruimen, dat deze ontruiming plaats zal vinden binnen 8 weken en zij een week de tijd hebben om hiertegen bezwaar te maken. Om dit ongemak te kunnen omzeilen hebben de heren het volgende bedacht: Artikel 551a van het Wetboek van Strafvordering komt als volgt te luiden: 1. In geval van verdenking van een misdrijf als omschreven in de artikelen 138, 138a en 139 van het Wetboek van Strafrecht kan de officier van justitie, na een daartoe door de rechter-commissaris schriftelijk verleende machtiging, bevelen dat een opsporingsambtenaar alle personen die wederrechtelijk vertoeven op een plaats als in die artikelen bedoeld, alsmede alle voorwerpen die daar ter plaatse worden aangetroffen, verwijdert of doet verwijderen. De opsporingsambtenaar kan daartoe de desbetreffende plaats betreden. 2. De machtiging van de rechter-commissaris wordt verleend op schriftelijke vordering van de officier van justitie. Bij dringende noodzaakkan de vordering van de officier van justitie mondeling worden gedaan. De officier van justitie stelt in dat geval de vordering zo spoedig mogelijk op schrift. 3. De rechter-commissaris beslist binnen drie maal vierentwintig uur na de indiening van de vordering van de officier van justitie, bedoeld in het tweede lid. De personen, bedoeld in het eerste lid, worden zo mogelijk door de rechter-commissaris gehoord. Bij dringende noodzaak beslist de rechter-commissaris zonder de personen te hebben gehoord. 4. De beschikking van de rechter-commissaris is met redenen omkleed, gedagtekend en ondertekend en wordt onverwijld schriftelijk ter kennis gebracht van de officier van justitie en de personen, bedoeld in het eerste lid. 5. Het bevel van de officier van justitie, bedoeld in het eerste lid, is dadelijk uitvoerbaar. Het instellen van een rechtsmiddel tegen het bevel heeft geen schorsende werking. 6. Tegen de beschikking van de rechter-commissaris staat voor de personen, bedoeld in het eerste lid, binnen veertien dagen na dagtekening van de beslissing hoger beroep open bij de rechtbank.
Of om dat kort samen te vatten:
als een OvJ een kraakpand wilt ontruimen dient hij hiervoor schriftelijk een verzoek in bij de Rechter Commissaris die daarover binnen drie dagen uitspraak doet, of de krakers daarin moeten worden gehoord hangt af van in hoeverre de RC dit mogelijk acht. Wanneer de RC besluit in voordeel van OvJ mag deze per direct ontruimen, tegen uitspraak in beroep gaan is mogelijk binnen twee weken, maar tegen die tijd zijn krakers wel al uit hun huis gezet.
Waarom willen ze dit
In een 14-pagina’s tellend document beargumenteren Koerhuis en v Toorenburg hun motivatie voor dit voorstel. Ze omschrijven hoe arme vastgoedeigenaren steeds weer enorm onrecht wordt aangedaan en onvoldoende beschermd worden in hun eigendomsrechten. De financiele schade die pandeigenaren ondergaan wanneer krakers intrek nemen in hun lege, ongebruikte gebouwen is onacceptabel, zeker omdat deze schade bijna nooit te verhalen zou zijn door het feit dat krakers veelal anoniem blijven en vaak uberhaubt helemaal geen geld hebben.
Wat dit nog erger maakt voor deze politici is het idee dat veel van deze personen maar niet lijken te willen leren dat kraken niet mag. Na ontruimd te zijn uit een kraakpand zullen ze zeer waarschijnlijk gewoon nog een keer dezelfde fout in gaan en opnieuw een pand kraken.
Volgens hen is een groot deel van de oorzaak hiervan te vinden in de huidige procedures voor ontruiming. Ze benoemen de termijn van 8 weken waarbinnen ontruiming plaats zal vinden als een luxe die leid tot een ongewenst woonmodel. Ze geven het beeld van groepen goed georganiseerde parasitaire veelplegers die als “kraakcarrousel” van pandje naar pandje hoppen, een spoor van vernieling achterlatend en zich niet ter verantwoording laat roepen.
Opvallend is dat de voorbeelden die ze geven van deze “veelplegers” vooral groepen zijn die zowel door de buurt als in de media positief werden omschreven. Het ADM is uiteraard een voorbeeld dat tot veel debat heeft geleid en was een enorme doorn in het oog voor een aantal rechtse politici en veel van hun vriendjes, maar had een waarde voor de stad die niet in geld was uit te drukken en dus geen bestaansrecht mocht hebben. Dat een deel van die groep geprobeerd heeft het Fort van Velzen te kraken om hier opnieuw iets moois te maken van een plek die al zo lang werd verwaarloosd, werd ontvangen met veel steun vanuit de lokale omgeving en vele andere partijen, maar was voor het duo Koerhuis en v Toorenburg natuurlijk niet om aan te zien. De Rederijkers en Kinderen van Mokum, beiden groepen die met hun gekraakte panden claimden zich in te willen zetten voor een socialere stad en samenleving, moeten volgens onze heren politici keihard worden aangepakt op hun onophoudelijke criminele intenties.
Het laatste en voornaamste voorbeeld waar ze op in gaan is, natuurlijk, We Are Here. Dat een groep uitgeprocedeerde asielzoekers het recht claimt op een dak boven hun hoofd terwijl ze niet eens het recht zouden hebben hier te zijn, moet voor deze heren een fenomeen zijn dat slapeloze nachten oplevert. Te meer omdat vanuit de gemeente Amsterdam maar niet de intentie leek te komen om deze kwestie naar behoren op te lossen en criminelen op te sluiten, dan wel het land uit te gooien, maar zelfs deze groep in bescherming leek te nemen en gewoon hun gang laat gaan.
Meerdere moties en bezorgde brieven naar de kamer om deze wanpraktijken eindelijk bespreekbaar te maken hadden steeds niet het gewenste effect. Kraken ging door. Dus dan maar opnieuw proberen de wet te wijzigen en die kraakcarrousel zo hard te doen draaien dat we er misselijk van gaan worden.
Ondertussen stijgen de gemiddelde huurprijzen richting hoogtes waar de meeste van ons nooit bij gaan komen, neemt woningnood in veel steden vormen aan waar je liever niet naar kijkt en krijgen speculanten nog steeds vrij spel om huizen totaal te laten verkrotten terwijl dakloosheid toe neemt. Er wordt dik geinvesteerd in het bouwen van meer en meer nieuwe kantoorruimte terwijl we overal gigantische lege gebouwen zien staan, veelal met antikraakposters geplakt op ramen waar achter geen teken van leven zichtbaar is.
De wet Kraken en Leegstand had moeten werken als een mes dat aan twee kanten snijdt maar heeft nog geen deuk in een pak boter kunnen slaan. Er is bijna geen gemeente die actief leegstand heeft aangepakt en er zijn zo goed als geen boetes voor structurele leegstand gegeven aan vastgoedeigenaren.
Door het hele land word het krakers zo moeilijk gemaakt, tussen 2010 en 2015 werden in regio Amsterdam alleen al, 724 kraakpanden ontruimd, maar blijft die kraakcarrousel maar doordraaien.
Het kraakverbod heeft gefaald, daarin hebben de heren Koerhuis en van Toorenburg gelijk. Zij roepen op tot het handhaven van een wet die direct na invoering ongeldig en onwerkbaar is verklaard, totaal voorbijgaand aan het welbekende oud Hollands gezegde:
Wet of geen wet, kraken gaat door!